Duiding bij:
Autotechnieken B+S - 3de graad - D/A-finaliteit
Elektronicatechnieken S - 3de graad - D/A-finaliteit
Elektromechanische technieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Elektromechanische technieken B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Elektrotechnieken B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Elektrotechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Koel- en warmtetechnieken B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Industriële ICT B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Mechanische technieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Mechatronica B+S - 3de graad - D-finaliteit
Mechanische vormgevingstechnieken B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Podiumtechnieken B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Voertuigtechnieken B+S - 2de graad - D/A-finaliteit
Vliegtuigtechnieken B + S - 3de graad - D/A-finaliteit
Technologische wetenschappen B+S - 2de graad - D-finaliteit
Technologische wetenschappen en engineering B+S - 3de graad - D-finaliteit
Het integreren van dit LPD in de lessen betekent meer dan alleen de regels afdwingen. Het gaat om het kweken van een wetenschappelijke houding bij leerlingen. Ze leren dat een meting nooit “perfect exact” is en dat er daarom slim moeten worden omgegaan met cijfers. Door vanaf de tweede graad hier nadruk op te leggen, leg je een basis voor latere jaren.
Hou de sfeer in de klas onderzoekend: moedig leerlingen aan om bij elke meting te vragen “Hoe precies is dit eigenlijk?”. Laat ze bij het rekenen redeneren “Welk cijfer in mijn uitkomst is nog echt betekenisvol?”. En gebruik de afspraken rond beduidende cijfers niet als een droge regel, maar als een logische consequentie van hoe instrumenten werken. Zo begrijpen leerlingen dat het geen willekeur is, maar onderdeel van verantwoord meten en rekenen in de wetenschap.
Gebruik onderstaande ter ondersteuning, maar blijf vooral de link leggen naar de eigen praktijk en STEM- initiatieven in de klas. Op die manier wordt dit geen abstract doel, maar een natuurlijke vaardigheid die leerlingen al doende oppikken.
Een eerste stap is ervoor zorgen dat leerlingen juist omgaan met meetinstrumenten. Hieronder enkele aandachtspunten:
Wanneer leerlingen een meetwaarde noteren, moeten ze alleen de betekenisvolle ( significante) cijfers opschrijven – dus die cijfers die iets zeggen binnen de nauwkeurigheid van het instrument. Dit zijn de beduidende cijfers. Enkele eenvoudige richtlijnen:
Wanneer leerlingen berekeningen doen met gemeten grootheden, moeten ze de uitkomst ook weergeven met de juiste nauwkeurigheid. Ze mogen door berekenen niet ineens meer precisie lijken te krijgen dan de metingen eigenlijk hadden. Daarom gelden er vuistregels voor het afronden van resultaten na optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen van meetwaarden.
Het is hierbij belangrijk dat leerlingen de regels niet slaafs toepassen zonder te begrijpen waarom deze regels nodig zijn.
